Italië kent een hele oude wijn historie. Er zijn vondsten van ruim 2000 jaar voor Christus maar echt belangrijk werd de wijnbouw vanaf de 8 ste eeuw voor Christus. En dat is wat je noemt, héél lang geleden! De Grieken stichtten er koloniën en gaven Italië de naam: Oenatria, wat Wijnland betekent.

Er ontstond geleidelijk aan een wijncultuur. De Romeinen ontwikkelden allerlei methodes voor het snoeien, het leiden van de wijnranken en het bewaren van de wijn. Dat laatste gebeurde lange tijd in de Amforakruik, een stenen kruik met 2 ‘oren’ en een spitse onderkant. Afgesloten met hout, kurk of hars bleek dit het perfecte bewaarmiddel. De wijn rijpte en kon wel 100 jaar oud worden. Maar genoeg over historie en nog even naar het nu.

Italië is namelijk op dit moment het grootste wijn producerende land ter wereld en heeft ook wat wijn betreft het hoogste consumptie verbruik per hoofd van de bevolking, wel 150 flessen per jaar! Maar zeg nou zelf, een heerlijk bord verse pasta met een lekker glas wijn, dát snap ik wel!

Het klimaat in Italië kent een enorme variatie. Zelfs wijn regio’s die best dicht bij elkaar liggen, hebben toch belangrijke verschillen in het klimaat. We kunnen ruwweg zeggen dat het noorden van Italië een stabiel landklimaat heeft, het midden een Middellands zeeklimaat en het zuiden een subtropisch klimaat. Italië kent wijnbouw in letterlijk alle gewesten. In alle hoeken van Italië vind je dan ook wijnstokken, wat zorgt voor een enorme verscheidenheid aan wijn.